De Vier Musketiers

De Vier Musketiers

Vier min één is vier

Vorig jaar werd ik benaderd door een dame van boomkwekerij Ebben in Cuijk met de vraag of ik een presentatie wilde geven ter gelegenheid van het uitkomen van het boek ‘Bomen op begraafplaatsen’. Aangezien dit een prachtige gelegenheid was om ons arboretum te promoten gaf ik daar maar wat graag gehoor aan. En alsof dat nog niet genoeg was werd  ook gevraagd of een column van mijn hand geplaatst mocht worden in datzelfde boek. Ik voelde me groeien, wat een eer en wat ligt geluk en vedriet dicht bij elkaar. Ik had namelijk vlak daarvoor een graf uitgegeven aan een droevige familie van wie het verhaal over het verlies mij niet onberoerd liet.
Op die bewuste presentatiedag, een prachtige dag in mei, werd ik aangeschoten door John uit IJmuiden. John had al van De Nieuwe Ooster gehoord en wilde nu absoluut met zijn drie boomvrienden langskomen voor een rondleiding. Hij gaf me zijn kaartje en zou contact opnemen voor een afspraak. Aldus geschiedde. Ondanks dat de agenda`s van de heren vol zaten werd uiteindelijk woensdag 26 juni geprikt. Normaal is woensdag mijn vrije dag maar voor hen wilde ik graag een uitzondering maken. Een rondleiding verzorgen voor echte liefhebbers is voor mij een heerlijk uitje en zie ik niet als werk.
En daar stonden ze dan op de parkeerplaats, John, Robert Jan, Lex en Rob. Vier heren die allen rond de pensioengerechigde leeftijd zaten, zo schatte ik in. Ze noemde zichzelf de Vier Musketiers en kende elkaar door en door. Vrienden voor het leven met een gezamenlijk passie voor groen en bomen. Al gauw bleek dat we het wandeltempo moesten aanpassen aan de conditie van Robert Jan die leed aan de allom gevreesde ziekte. Zijn conditie was helaas slechter dan ingeschat en de rondleiding werd voorgezet in onze golfkar. Zo kon Robert Jan toch het hele arboretum in zich opnemen. De heren genoten volop en in het bijzonder Robert Jan. Na afloop werd ik bedankt in de vorm van een prachtige kuipplant, een zalm van 8 ons en alslof dat nog niet genoeg was mocht ik ook nog een boom uitkiezen voor het arboretum. En wederom overviel mij een golf van geluk.
De keuze van de boom viel op een Goudkleurige watercipres, of voor de echte fanaten een Matasequoia glyptostroboides ‘Ogon’. In het komende plantseizoen zouden we met elkaar de boom ceremonieel gaan planten en elkaar dus weerzien.
Het was zover, de boom zou geplant worden op donderdag 13 februari. Op die middag verschenen  er echter maar drie Musketiers. Robert Jan wat conditioneel te slecht om dit mee te maken maar was er in gedachten bij, aldus de merkbaar bezorgde en aangedane vrienden. Bij de boom haalde John uit zijn tas vier glazen en een fles champagne. We toostten op de gezondheid van de boom maar vooral op de gezondheid van Robert Jan die uit monde van de drie Musketiers toegesproken werd. Proost!

Op 24 februari 2014 is Robert Jan overleden. Zijn ziekte werd hem fataal. De drie Musketiers hebben hem in Leiden naar zijn laatste rustplaats gedragen. John berichtte mij hierover en vertelde dat zij voortaan verder gaan als ‘De Vier Musketiers’. Lijfelijk is Robert Jan niet meer aanwezig maar in hun hoofd en hart des te meer. Eerdaags zal de boom zijn goudkleurige naaldjes laten zien en stralen zoals ook Robert Jan schitterde. Op het boombordje staat de volgende tekst: Geschonken door : de vier Musketiers – Rob Boekelman,  John Todirijo, Robert Jan van der Vlis, Lex wijnbeek.

Ik zei het al eerder, geluk en verdriet liggen vaak dicht bij elkaar. Bij het planten van bomen die herinneren aan hen die er niet meer zijn word ik meegenomen in de verhalen en het verdriet van hen die achter blijven. Het raakt me. Tegelijkertijd besef ik  dat ik een prachtbaan heb en niets anders meer zou willen. Ik hou van de bomen, ik hou van de verhalen en ik besef dat ik leef!  Ik ben een gelukkig mens.

Robert Jan, deze is voor jou. Proost!

Johan Mullenders

Cursus ‘Bomen kijken’

In mei start voor de vierde keer de cursus ‘Bomen kijken’
Deze cursus is bedoeld voor iedereen die van bomen houdt maar daar verder nog niet zo veel over weet. In de cursus komen onderwerpen aan bod zoals: Wat is een boom, hoe leeft een boom, hoe leer ik bomen van elkaar onderscheiden? Een 12 tal meest voorkomende bomen krijgen extra aandacht zodat u deze zelf leert herkennen. U krijgt handvatten mee om zelf bomen te leren kennen middels knopstand, bladranden, stamtekeningen etc.
De cursus wordt gehouden in Café Roosenburgh op het voorplein van De Nieuwe Ooster. Doordat we zowel binnen als buiten lesgeven is het een afwisselende cursus.
De cursus start dinsdagavond 6 mei van 19.00 uur – 21.30 uur.en vervolgens de drie dinsdagen daarop. De cursuskosten bedraagt € 60,- en u kunt zich opgeven via info@arboretum-denieuweooster.nl.
Docenten zijn Roger Bickerstaffe en Johan Mullenders

Cursus ‘Bomen kijken op De Nieuwe Ooster’

In mei start voor de vierde keer de cursus ‘Bomen kijken’
Deze cursus is bedoeld voor iedereen die van bomen houdt maar daar verder nog niet zo veel over weet. In de cursus komen onderwerpen aan bod zoals: Wat is een boom, hoe leeft een boom, hoe leer ik bomen van elkaar onderscheiden? Een 12 tal meest voorkomende bomen krijgen extra aandacht zodat u deze zelf leert herkennen. U krijgt handvatten mee om zelf bomen te leren kennen middels knopstand, bladranden, stamtekeningen etc.
De cursus wordt gehouden in Café Roosenburgh op het voorplein van De Nieuwe Ooster. Doordat we zowel binnen als buiten lesgeven is het een afwisselende cursus.
De cursus start dinsdagavond 6 mei van 19.00 uur – 21.30 uur.en vervolgens de drie dinsdagen daarop. De cursuskosten bedraagt € 60,- en u kunt zich opgeven via info@arboretum-denieuweooster.nl.
Docenten zijn Roger Bickerstaffe en Johan Mullenders

Bomen bepalen meer dan sfeer…..

BOMEN BEPALEN MEER DAN DE SFEER: OOK DE WIND EN REGEN?

Weermodellen tot nu toe hebben een kleine rol toegeschreven aan bomen wat betreft hun impact op wind en regen. Maar nieuwe ideeen hierover geven ze een heel belangrijk impact factor. En als deze ideeen blijken te kloppen dan kunnen wij experimenteren met het corrigeren of herstellen van wind- en regenpatronen door het herplanten van grote bossen. Wat een vooruitzicht! Tot ongeveer 6000 jaar geleden was de sahara een waterrijke veenbos landschap. Kunnen wij die misschien (deels) terug krijgen? De nieuwe ideeen gaan zo; grote bossen brengen veel waterdamp in de lucht door transpiratie en verdamping, tot wel billioenen liter water voor grote bossen.  Met afkoeling en condensatie van dit waterdamp tot druppels daalt de luchtdruk en wordt lucht aangezogen om deze lage druk gebieden op te vullen. En deze aangezogen lucht brengt ook regen mee. Soms flinke regens,  tot monsoenen en tropische stormen toe. Deze extra regen over het grote bos maakt dat de bomen weer meer kunnen transpireren met tot gevolg dat meer water verdampt. En zo ontstaat en water en wind kringloop dat een virtueuze cirkel genoemd kan worden, een cirkel dat wordt tot stand gebracht en onderhouden door de bomen. Onze mooi bomen in De Nieuwe Ooster zijn talrijke (meer dan 4000) en zeer gevarieerd (meer den 660 soorten) en ze zijn van onschatbare waarde voor de mensen die gebruik maken van dit prachtige stadspark.  Maar ze zijn toch niet zo veel dat ze een belangrijk impact op het weer over Amsterdam kan maken. Mar wie zegt dat ze niet een bescheiden impact kan hebben, en dan in een gunstige richting natuurlijk!

Roger Bickerstaffe Bomengids DNO

Robinia

Een boom is alleen een toekomstboom als…….

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Robinia pseodoacacia ‘Frisia’

Misschien heeft u er iets van gehoord. Op allerlei plekken wordt nagedacht over het begrip ‘toekomstboom’. Niet te verwarren met ‘boom van de toekomst’. Hele seminars worden aan het onderwerp gewijd.
Vandaag gaan we kijken naar de kansen van de Robinia als toekomstboom. De Robinia noemen we acacia. En de Acacia heet weer mimosa. Kruidje-roer-me-niet is ook een Acacia. En acaciahout wordt weer gemaakt van de Robinia. Snapt u het nog?
Acaciahout(Robinia pseudoacacia) is een duurzame houtsoort, zeg maar Europees (wit) hardhout. Het blijft zelfs onbehandeld als vlonderhout lang goed en is dus zeer duurzaam.
Is de boom dan ook een duurzame boom, een toekomstboom?
In een parkje dicht bij mijn huis zijn een flink aantal Robinia’s geplant. Ze zijn nu ongeveer 15 a 20 jaar oud. Deze Robinia’s hebben allemaal een slechte conditie. Staande op een afstandje van de bomen, is dat goed te zien aan de afstervende toppen.
Robinia’s met een stamdoorsnede van meer dan 30 cm zijn er in het westen vrijwel niet te vinden. Op de zandgronden van midden- en oost Nederland zijn deze wel te vinden, al zijn dat er ook dan niet al te veel.

Robinia margaretta x Casque Rouge’

Robinia margaretta x ‘Casque Rouge’

Wil dat nu zeggen dat een Robinia juist geen toekomstboom is? Rondlopend in dat parkje vlak bij mijn huis zou je dat op grond van de conditie van deze bomen wel concluderen.
Maar als de omstandigheden voor de boom beter zouden zijn, zou de Robinia dan wel een toekomstboom kunnen zijn?
De Robinia’s in het bewuste parkje staan vrijwel allemaal in een kuil. De grond rond iedere boom ligt onder het maaiveldniveau van het gazon rondom de plantplaats. Met regen is de plantplaats daardoor altijd verzadigd van water. Bovendien wordt er met (steeds) zwaardere machines gemaaid. Zo’n 20 keer per jaar draait en maait de maaimachine twee rondjes rond de boom waardoor de wortelruimte rond de boom maar liefst 40 keer per jaar wordt verdicht. Elk jaar weer!
Wortels moeten ook adem kunnen halen (net als alle andere onderdelen van een plant). Dat is zo ongeveer het meest essentiële voor boom en plant. Water en voedsel kunnen ze gaan halen door oppervlakkig in de breedte of juist diep te wortelen, al naar gelang de lokale situatie. Maar lucht kan niet gehaald worden, dat moet er zijn! Robinia’s hebben met hun dikke vlezige wortels, zelfs net iets meer lucht in de bodem nodig in vergelijking met menig andere boom. En lucht komen ze in het parkje schromelijk tekort. Uiteindelijk zijn de gebrekkige omstandigheden daar zelfs funest voor alle bomen.
Zou de Robinia goed aangeplant en ontzien door zware machines en andere kwalijke verdichting wel een duurzame boomsoort zijn, een toekomstboom? Ja zeker!
Robinia’s, goed aangeplant en goed beheerd, zijn wel degelijk duurzame bomen. Zelfs op de zware klei van de Haarlemmermeer staan monumentale Robinia’s. Dat zijn uitzonderingen, maar het is dus wel mogelijk Robinia’s als toekomstboom aan te planten.
Welke soorten kennen we zoal?
De meest algemeen aangeplante Robinia is de gewone acacia, Robinia pseudoacacia, door zaad vermeerderd en met veel geméne doornen.
De geelbladige cultuurvariëteit ‘Frisia’ blijft de hele zomer echt geel, terwijl de meeste geelbladige bomen in de zomer geelgroen tot groen zijn. Denkt u maar aan de op de ‘Frisia’ lijkende Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’.
Robinia pseudoacacia ‘Sandraugenana’ is een doornloze, op de soort lijkende cultuurvariëteit, te herkennen aan het vergrote eindblaadje.
Robinia pseudoacacia ‘Bessoniana’ heeft een ronde kroonvorm en bloeit lila. Prima straatboom, die helaas te bescheiden bloeit om in het voorjaar een lust voor het oog te zijn.
Robinia pseudoacacia ‘Unifoliola’ vormt een boompje met een onregelmatige kroon. Te herkennen aan 1 tot 3 blaadjes per blad.
Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera’ is de overbekende bolacacia. Deze blijft alleen dankzij regelmatige snoei bolvormig.
Robinia margaretta ‘Cacade Rouge’ is een boom van de tweede grootte en bloeit roze.
Robinia behoort tot de vlinderbloemigen, tegenwoordig Fabaceae genoemd. De tweezijdig symmetrische bloemvorm is kenmerkend voor deze familie.Robinia’s blijven toepassen? Ja natuurlijk wel. Aanplanten in goed ontwaterende bodem (of deze geschikt maken) met de wortelhals boven het omliggende maaiveld. Goed aangeplant en goed onderhouden zijn Robinia’s wel degelijk toekomstbomen.

En waar staan mooie Robinia’s op de Nieuwe Ooster:
Robinia margaretta x Casque Rouge’                                 vak         77
Robinia pseodoacacia  Gewone acacia 20                             vak        27 – 59
Robinia pseodoacacia ‘Bessoniana’                                  vak        vak 55 deel E
Robinia pseodoacacia ‘Frisia’   Goudgele acacia                    vak      72
Robinia pseodoacacia ‘Sandraudiga’    Accacia                      vak         65 – 39
Robinia pseodoacacia ‘Umbraculifera’   Bol acacia                  vak         36 – 37
Robinia pseodoacacia ‘Unifoliola’         Eenbladige acacia        vak         14

Met vriendelijke groet,

Maarten H. van Atten

Zomeravondwandeling

Zaterdagavond 22 juni, 20.30 uur organiseert De Nieuwe Ooster een Zomeravondwandeling.
De rondleiding begint om 20.30 uur en duurt tot ongeveer 22.30 uur. De wandeling voert langs bjzondere graven en oude bomen. De gids vertelt u over de geschiedenis, de bedrijfsvoering en gaat in op uw vragen.
Een bijzonder avond met onderweg een kleine verrassing!
U kunt zich voor deze opgeven via de mail of 06-44324426

Plantvakken vak 65

Zaterdag 13 april hebben een paar vrijwilligers van de stichting twee grote plantvakken bij vak 65 beplant met boompjes, heesters en een kleine 2000 plantjes.
De stichting heeft van De Nieuwe Ooster twee stukken grond in beheer gekregen om te beplanten en te onderhouden. Dit was al een tijdje een wens van de stichting om bijzondere boompjes en heesters aan te planten. Ook het onderhoud is in beheer van de stichting.
De vrijwilligers die deze zaterdag erg hard gewerkt hebben zijn: Els Velzing, Tanneke den Blaauwen, Kitty Baars, Gillian Elder, en Daan van Schooneveld. hartelijk dank voor jullie inzet!
Voor het onderhoud zoekt de stichting nog een paar vrijwilligers. Wilt u meehelpen om met elkaar dit tot een goed resultaat te leiden? Meldt u aan bij de stichting.

DSC4624a_vw vak65 nog aanplanten DSC4628_vak65 rechter bak m pottenDSC4676a_JohanKittDaanEls einde klus

De Merel en de gouden regen

De merel en de gouden regen

Wij hadden een bovenhuis met balkons, in de lommerrijke Amsterdamse wijk de Watergraafsmeer. Erg groot waren onze balkons niet en maar één ervan leende zich ervoor om wat plantenbakken neer te zetten. We hielden voornamelijk eenjarige bloeiers, maar in één bak lieten we opkomen wat zich aandiende. Zo verscheen er op een gegeven moment een takje: het was duidelijk niet het begin van een bloemstengel en al gauw begon het de gedaante van een boomtak en nog later van een stammetje aan te nemen.
Toen gingen we verhuizen. Niet naar een huis met een tuin – waar we al heel lang naar op zoek waren – maar met een groot dakterras. Natuurlijk verhuisde de bak met het stammetje mee: het was de eerste van een verzameling bakken en potten die zou uitgroeien tot meer dan tweehonderd stuks. Zoals dat gaat, als je geduld hebt en met zorg en beleid te werk gaat, werd ook dit plantje groter en groter, totdat het, na een jaar of vier, ging bloeien en ons de mogelijkheid bood om te determineren …
Het was een Gouden Regen, Cytisus Laburnum*, volgens Linnaeus. Met behulp van de Geïllustreerde Flora van Nederland – van de hand van Heimans, Heinsius en Thijsse (Jac. P.) – en via allerlei sites op internet verzamelden we bizonderheden over onze onverwachte aanwinst. Zo leerden we van Heimans en z’n collega’s dat alle onderdelen van een gouden regen giftig zijn; dus schors, wortels, bladeren, bloemen en zaden zijn niet geschikt voor consumptie.
Maar let wel, bedoeld wordt: niet geschikt voor menselijke consumptie. Want uit andere teksten kwam naar voren dat vogels de zaden eten en dat heel goed kunnen verdragen. Met name geldt dat voor de merel (Turdus merula). En wat bleek bovendien: de zaden van planten als de gouden regen maken meer kans om te ontkiemen als ze door het maag-darmkanaal van een merel zijn gegaan. Nu hadden we in de plantenbank op het balkon van ons vorige huis wel eens een merel zien scharrelen, vermoedelijk op zoek naar wormen, maar blijkbaar had hij ook iets voor ons achter gelaten.
Sinds deze ontdekking zijn de merels goede vrienden van ons geworden. Die vriendschap werd en wordt mede in stand gehouden doordat we ‘s winters rozijntjes voor ze neerleggen. En dat levert ook wat op: na de verschijning van de gouden regen zijn tal van andere struiken en boompjes te voorschijn gekomen die vrijwel zeker op het conto van de merels kunnen worden geschreven; onder meer een mahonia, een ribes, een vlier en een wijnstok (na een winter waarin de rozijntjes op waren en we druiven hebben gevoerd).

De gouden regen kwam na dertien jaar aan z’n eind tijdens de periode met strenge vorst in februari 2012.

Wil Nieuwstraten

* noot arboretum: de juiste naam is tegenwoordig Laburnum anagyroides

Coniferen

Coniferen

Mijn ouderlijk huis stond tegenover een groot plantsoen. Wij, kinderen uit de buurt, vonden het natuurlijk heerlijk om daar te spelen. Dat kon niet onbeperkt, want het plantsoen was aangelegd als gedenkplek voor de gevallenen uit het dorp in de tweede wereldoorlog. Centraal stond een beeld van drie ruggelings tegen elkaar staande figuren: een soldaat met een geweer een boer met een schop en een engel met de bijbel. Via de schop van de boer en de bijbel van de engel kon je prima op de helm van de soldaat klimmen en overzag je zo een groot deel van de gedenkplek. Maar dat liet je wel uit je hoofd, want het resultaat was: naar buiten stappende boze buurtbewoners en tegen het raam tikkende ouders. Respect was een woord dat hier inhoud kreeg. Toch was je hier graag als kind aan het spelen. Dat werd gelukkig wel getolereerd. Verstoppetje was een geliefde bezigheid. Achter vele gedenkplaten, struiken en bomen kon je jezelf prima verstoppen. Aan de rand van het plantsoen stond een -in mijn beleving- enorm hoge conifeer. Vanaf de grond kon je hier gemakkelijk inklimmen. Via de zijtakken die keurig trapsgewijs aan de stam zaten kon je in een mum van tijd tot op grote hoogte stijgen. Zo hoog zelfs dat je over de huizen heenkeek in de achtertuinen. Ook kon je zo goed zien waar degene die hem was met verstoppertje liep en kon je zo ongezien het moment bepalen dat je naar de buut rende. Die conifeer is een belangrijk begin geweest voor de bewondering van het groen. Na de HAVO begon het echte leven pas op de Rijks Hogere School voor Tuin- en Landschapsinrichting in Boskoop. Een school met veel studenten in een relatief klein dorp, dat werd overheerst door kwekers van…coniferen. In de lessen plantenkunde kreeg je steeds na een half jaar bomen, struiken, vaste planten natuurlijk ook de coniferen. Aan de hand van een takje moest je familie-, soort en zonodig ook de variëteitnaam bepalen. Omdat de coniferen vrijwel allemaal wintergroen zijn werd dit onderdeel in de wintermaanden behandeld. Maar ja, coniferen. Waar je ook maar keek in Boskoop, overal zag je de perceeltjes met die knalgele ‘Rheingold’, die gifgroene variëteiten en meer van die griezelige kleurtjes. Hoeveel coniferen de gemiddelde Boskoper wel niet heeft opgepot of gestekt. Dat zal in de miljoenen lopen. Zo’n overkill aan deze plantengroep, waardor de RHSTL-student al snel een natuurlijke afweerreactie ontwikkelde. Wat is er nou boeiend aan zo’n dooie conifeer die er alle seizoenen vrijwel hetzelfde uitziet?! Ook ik had dit afweermechanisme. Zeker tot twintig jaar na deze opleiding is in geen enkel beplantingsplan van mijn hand een conifeer te constateren.

Totdat ik op De Nieuwe Ooster kwam werken. Van de vele honderden soorten in dit gedenkpark zijn er vooral veel conifeer. Een plantengroep die je toch voor geen goud zou willen missen in zo’n oud park. Vooral ook door ouderdom wordt deze groep interessant: hoe ouder hoe mooier. Prachtige, uitgegroeide exemplaren van 10 meter of hoger. Een geweldige Libanonceder in het mausoleumgebied. Het spookachtige coniferenlaantje, waar je regelmatig uilen ziet. De fraaie Ginkgo’s op voorterrein en elders in het park, waarvan het blad zelfs het logo van De Nieuwe Ooster is geworden. De vele groepen met karakteristieke dennen. Voor mij is het wel duidelijk. Ik ben om. Geen park zonder coniferen!

Wim van Midwoud

Sporen

Sporen

Bomen en begraafplaatsen smeden een bijzondere band, waar ook ter wereld. Begraafplaatsen zonder bomen zijn sfeerloos, en bomen kunnen nergens zo oud, bijzonder en eigen worden als op een begraafplaats. Allebei laten ze een spoor na dat ons iets zegt over vergankelijkheid en de eeuwige cirkel van leven en dood. Toen de Haagse schrijver Louis Couperus in 1922 een reis maakte door China en Japan was hij verrukt van een Camellia Japonica die hij op een kerkhof zag. ‘In een Boeddhistisch kerkhof, waar de graven dicht op elkander stonden, zagen wij een immensen camellia-boom, een heiligen boom, eeuwen oud, reuzig zwaar van stam en twijgen en die vol gebloeid was met purperen, rosekleurige en blanke bloemen.’ De beroemde schrijver van Eline Vere en De Stille kracht was helemaal verrukt van de Japanse roos die zo overdadig bloeide op het kerkhof. ‘Het was een wonder van een boom: wààr wij in zijn zwaar gelooverte staarden, bloeide hij, blank, rose, rood.’ Aan de laatste opmerking van Couperus kun je zien dat het er tegenwoordig op begraafplaatsen wel anders aan toe gaat. Het ‘zwaar gelooverte’ is er nog altijd, in de vorm van beuken, eiken, populieren of treurwilgen. Maar op onze tochten langs de vele begraafplaatsen van Amsterdam, kwamen wij schrijvers van het Amsterdamse bomenboek – Eddie Blankers, Nico Hoogland en ik – regelmatig schitterende bloeiende bomen tegen: magnolia’s, sierkersen, -appels en -peren en zelfs buitenissige soorten als de Katsura en de sneeuwklokjesboom. De laatste, een Halesia carolina, draagt in de lente frivole bloemen en staat onder andere in vak 71 van De Nieuwe Ooster. Dat vak is sowieso een van de bijzonderste van dit arboretum – valse Christusdoorn, Judasboom en hemelboom staan gebroederlijk bij elkaar. Alleen al de opeenvolging van deze namen geeft een bomenblik op het lijdensverhaal van het Nieuwe Testament. In het Amsterdamse bomenboek hebben we dan ook veel aandacht aan vak 71 geschonken. Begraafplaatsen zijn dankzij die bomen – bloeiend of niet – altijd meer geweest dan plekken om te herdenken en te rouwen. Het zijn ook plaatsen waar het leven gevoeld en gevierd kan worden – het leven dat doorgaat, dat nieuw leven oplevert. Dat zag Couperus ook, 85 jaar geleden, toen hij op het Boeddhistisch kerkhof in Japan rondwandelde. ‘Zulk een boom wordt met steenen lantaarns omringd en in die groote monumentale lantaarns worden op feestnachten lichten geplaatst. Maar zulk een roodbloeiende Camellia-boom – er zijn er meerdere in Japan – kan ook vreemde dingen doen, bijvoorbeeld, zich verplaatsen en bloedspoor achterlaten en terug komen zonder een enkele bloem…’ Een spoor, vreemde dingen: we zijn met Couperus weer helemaal terug bij De stille kracht. Maar gelijk heeft hij wel. De combinatie van bomen en mystieke sfeer, geheimen en schoonheid tref je alleen op begraafplaatsen. Dat wist Couperus toen al, en dat weet ik sinds het schrijven van het Amsterdamse bomenboek nu ook maar al te goed.

Louis Stiller