Wetenschappelijke naam
Cedrus libani subsp atlantica
Nederlandse naam
Atlasceder
Herkomst | Marokko en Algerije (Atlasgebergte)
Locatie | vak 1 + vak 75
Aantal in het arboretum | 2
Plantjaar |

Hoogte 20-40 m. Donkere, zwartgrijze schors, geschubd, twijgen donzig behaard. Kegels zijn tonvormig, 5-7 cm lang, van groen naar bruin kleurend. De stam is eerst nog grijs en glad, maar wordt bij oude bomen ruwer. Later in kleine plaatjes loslatend waardoor de roodbruine bast vrij komt. Anders dan vele andere coniferen bloeit de Atlasceder in de herfst met roze mannelijke en groene vrouwelijke bloemkegels , later gevolgd door rechtopstaande tonvormige tot eironde kegels met een uitholling bovenaan.